Gebruikerslogin

Ervaren alle holebi's dezelfde gevoelens?

Tijdens de puberteit zoeken jongeren naar hun seksuele voorkeur. Wat gebeurt er in het hoofd van een homoseksueel kind? Elk kind zoekt zijn eigen weg en elk proces verloopt anders. Veel hangt af hoe zijn omgeving, zijn vrienden en ouders denken en hoe ze reageren. 

  • Stap 1: identiteitsverwarring.

De jongere fantaseert over iemand van hetzelfde geslacht. Hij/ zij kan ook verliefd worden op iemand van hetzelfde geslacht. Als iemand homoseksuele gevoelens ontdekt, kan dat heel verwarrend zijn omdat deze gevoelens die hij ervaart anders zijn dan bij de meeste mensen om zich heen. Niet iedereen kan zich identificeren met het woord homoseksueel. Meestal voelen ze zich heel onzeker. Het past niet in hun verwachtingspatroon. Als er thuis en in hun omgeving niet over homoseksualiteit wordt gepraat, denkt hij dat het verkeerd is. Deze verwarring en onzekerheid gaat vaak gepaard met negatieve zelfwaardering en angst. Ze verbergen hun gevoelens. Vaak vormen er zich daarbij lichamelijke klachten en leerproblemen.

De leeftijd waarop mensen ontdekken dat ze homoseksuele gevoelens hebben is voor iedereen anders. Sommige beweren dat ze het altijd al geweten hebben. De één is er op zijn 15de uit en de andere pas op zijn 30ste. Een vaste leeftijd bestaat niet. Doorgaans vindt de ontdekking plaats in de puberteit.

Marlies:’ Ik wilde helemaal niet verliefd worden op een meisje. Ik heb er lang over gezwegen, omdat ik hoopte dat het voorbij zou gaan. Maar er niemand iets over vertellen, maakte het natuurlijk nog zwaarder.’ ( Bron: zakboekje meisje, meisje)

  • Stap 2: identiteitsvergelijking/ vragen.

De jongere zit vol vragen waar hij een antwoord probeert op te zoeken. De jongere vraagt zich af wat het betekent holebi te zijn? Welke gevolgen dit kan hebben? Hij gaat op zoek naar informatie. Door gebrek aan openheid is informatie moeilijk te vinden. De jongere zoekt figuren waarmee hij zich kan vergelijken, maar vindt ze niet. Hij sluit zich af van de rest en is vaak prikkelbaar. De studieresultaten gaan er op achteruit. Regelmatig steekt de twijfel op. Hij denkt dat hij zelf het probleem kan oplossen. Het is een periode van uitstel waarin ze het idee van holebi verkennen en  zich er emotioneel op voorbereiden en er proberen aan te wennen.

  • Stap 3: identiteitstolerantie/ toegeven.

De jongere geeft toe dat hij homo is, maar keurt het nog niet goed. Soms is de stap naar erkenning nog te moeilijk en neemt de jongere een tussenstap: hij beschouwt zichzelf als biseksueel en erkent zijn homoseksualiteit pas later. Soms kan het zijn dat een vrouw op de middelbare school een vriendje had, maar dat ze na haar twintigste valt op vrouwen. Ze noemt zich bi omdat ze haar gevoelens voor haar ex-vriendje niet wil ontkennen. Maar na verschillende relaties met vrouwen noemt ze zich lesbisch. Of iemand zich biseksueel noemt is persoonlijk.

Angela: ‘Een vrouw is zoveel zachter, zoveel warmer en begrijpt me vaak zoveel beter. Echt lesbisch ben ik niet, want ik hou verschrikkelijk veel van mijn vriend. Ik word verliefd op een persoon. Man of vrouw, dat maakt niet uit. Het gaat om de persoonlijkheid en dat heeft, in ieder geval voor mij iets, niets met trends te maken.’ (Bron: zijn aan zij)

  • Stap 5: identiteitsaanvaarding/ aanvaarding.

Deze fase komt het vaakst voor bij jongeren na het secundair onderwijs. Men aanvaardt voor zichzelf dat men homoseksueel is. De jongere gaat zich beter in zijn vel voelen. Hij heeft het aanvaard voor zichzelf maar voor de buitenwereld verbergt hij het nog. Hij heeft een valse identiteit voor de buitenwereld. Maar zelfaanvaarding betekent niet dat alle problemen van de baan zijn. Ze ervaren nieuwe dingen, ze zijn als het ware blije holebi’s. Toch hebben zij het nog moeilijk om het aan andere mensen te zeggen. Ze zitten vaak met dingen die ze willen vertellen maar ze durven niet. Misschien weten de ouders het al of goede vrienden maar meer nog niet. Sommige homoseksuelen hebben er ook geen behoefte aan om het te zeggen tegen iedereen. Het is niet verplicht om te vertellen dat je homoseksueel bent. Het kan wel een enorme opluchting zijn. Stap voor stap gaan ze op weg naar een nieuwe stap.

  • Stap 6: coming-out.

De jongeren steken het niet langer weg. Voor de meeste verloopt dit proces in fasen. Ze vertellen het bijvoorbeeld eerst aan hun beste vrienden, misschien later aan ouders en dan aan anderen. De coming-out kan heel prettig zijn. Zeker als je bijvoorbeeld verliefd bent en je wil het van de daken schreeuwen.  De persoon kiest er zelf voor wanneer hij dit wil doen. In elke sociale omgeving moet opnieuw de beslissing worden genomen om al dan niet voor de seksuele geaardheid uit te komen. Het komt vaak voor dat homo’s wel tegenover familie en vrienden open zijn, maar niet op school, op het werk of de sportvereniging. Hoe mensen reageren heb je natuurlijk niet in de hand. Natuurlijk het kan ook negatief uit vallen. Sommigen houden hun homoseksualiteit jarenlang geheim. De coming-out kan daardoor heel beladen zijn. Soms kan het ook zo zijn dat men het niet meer hoeft te vertellen. Dat de omgeving het al zelf geraden heeft.

Tessa: ‘Nu mag iedereen het weten, ook op het werk. Al zal ik er niet gauw voor uitkomen bij mensen die ik nog maar net ken’ ( Bron: zakboekje meisje, meisje)

 

 Uit de kast komen