Net zoals de zoon of dochter gaan de ouders ook een proces doormaken wanneer ze te horen krijgen dat hun zoon of dochter holebi is. Volgens onderzoek zijn er een aantal stappen in dit proces te detecteren.
De eerste stap is ongeloof, de eerste schok. Ze weten niet wat te geloven, wat te denken.
In de tweede fase ‘zegt men dat het niet waar is’. Zoeken de ouders steun in de gedachte dat de homoseksualiteit van hun kind slechts van voorbijgaande aard is. Ze hopen dat hun dochter of zoon zich toch nog als heteroseksueel zal ontwikkelen. Ouders kunnen zich hierbij schuldig voelen en menen dat ze gefaald hebben in de opvoeding. Ze vragen zich af wat ze verkeerd hebben gedaan.
De derde fase wordt aangeduid met ‘afwijzing’. Waarbij ouders de coming–out als een persoonlijke belediging ervaren. Ze zien het als een poging om hen te kwetsen.
In de vierde fase ‘laten we doen of je niet homoseksueel bent’ rust er een taboe op het onderwerp. Ze verbergen de seksuele oriëntatie van hun kind. Er wordt niet meer over gepraat en uiteraard worden eventuele homo–vrienden of lesbische vriendinnen thuis niet ontvangen.
In de vijfde fase ontwikkeld zich een ‘nieuw perspectief’ tussen de gezinsleden. De ouders beginnen hun zoon of dochter langzamerhand als homo of lesbienne te zien en de verschillen tussen hen en hun kind te respecteren.
In de laatste fase van ‘acceptatie’ realiseren de ouders dat hun kind nog dezelfde is van vroeger, van voor zijn coming–out. Door liefde en begrip komen ze tot een acceptatie en waardering komen voor hun eigen leven van zoon of dochter. Dit hele proces, dat ouders doorlopen, vraagt soms heel wat tijd. Niet alle ouders zijn in staat of bereid om tot acceptatie te komen.
