Je hoeft geen holebi-leerkracht te zijn om over homoseksualiteit te praten. Een aardrijkskundeleraar moet ook geen Chinees zijn om het over China te hebben.
Het is belangrijk dat je als leerkracht openstaat voor deze problematiek en dat je de holebi-leerlingen zo goed als mogelijk begeleidt. Deze begeleiding kan je zowel als leerkracht zelf doen, maar deze stappen gelden ook voor de algemene begeleiding van homoseksualiteit. Het belangrijkste is dat je begrip hebt voor de situatie en dat je ook kennis hebt over de problematiek.
Hou daarom volgende punten in aandacht als je een holebi-leerlingen wil begeleiden:
De eerste stap is om niet afwijzend te reageren als een holebi-leerling naar je toekomt. Er moet duidelijk gemaakt worden dat de leerling op je discretie kan rekenen. Het is namelijk al een grote stap om aan iemand zijn geheim te vertellen. Ook is het belangrijk dat de leerkracht vertrekt vanuit een positieve benadering van holebi-leerlingen. Een leerkracht die zich niet in staat acht om het probleem positief te benaderen, moet doorverwijzen naar een collega of een andere instantie. Als je dit doet pas dan op dat je alles voorzichtig aanpakt. Je komt anders met het gevaar dat de leerling de volgende stap niet meer durft te zetten en weer terugvalt in zijn eigen geïsoleerde wereld.
Hulpverlening aan lesbische en homoseksuele leerlingen vraagt kennis over het proces van seksuele oriëntatie, de impact van de context, acceptatie en waarderingsprocessen, … Het is daarom belangrijk dat je als leerkracht een zicht hebt over de problemen waarmee holebi’s mee worden geconfronteerd. Een tweede stap is daarom een zicht krijgen op de situatie. Homoseksualiteit kan een aanleidingen zijn voor tal van problemen.
Mogelijke problemen:
- Angst voor de reactie van de ouders.
- Angst voor de reactie van klasgenoten.
- Twijfels over hun geaardheid en hoe er mee omgaan.
- Negatieve reacties van de omgeving.
Ga na wat de mogelijke oplossingen zijn voor het probleem. Welke bijdragen kan je als leerkracht zelf leveren? De leerkracht moet zich ook afvragen of ze het wel kan oplossen. Ken je beperkingen, verwijs door al je het niet aankan. Het CLB of andere holebi-werkgroepen kunnen een hulp zijn. Identificatiefiguren kunnen een belangrijke rol spelen: andere holebi-jongeren, maar misschien ook een holebi-leerkracht.
