Gebruikerslogin

Op welke manier ga je te werk?

Eigenlijk moet je het niet zover zoeken: het is heel eenvoudig. De vorming rond homoseksualiteit pak je op dezelfde wijze aan als andere onderwerpen.

Hieronder vind je een aantal tips terug die je in gedachte moet houden als je het in je klas wil hebben over homoseksualiteit:

  • Belangrijk is net zoals andere onderwerpen dat je je voldoende informeert over het onderwerp en dat je je voldoende voorbereidt op het thema. Probeer zo volledig mogelijk te zijn want halve informatie bevestigd vaak vooroordelen in plaats van ze op te heffen. Natuurlijk kan je niet alles weten. Als een leerling je een vraag stelt over het thema dat je niet weet, geef dat dan toe.

 

  • Als leerkracht moet je ook rekening houden dat homoseksualiteit vanuit verschillende hoeken benaderd kan worden. Je probeert de diversiteit van de holebi-groep te overzien en deze diversiteit naar voren te brengen tijdens de les. Er zijn homo’s, maar ook lesbiennes. Er zijn verwijfde homo’s, maar ook macho mannen. Er zijn homoseksuelen die bang in de kast zitten, maar ook holebi’s die er vol trots voor uit komen.

 

  • Elke leerling heeft zijn mening over het thema. Het is dan ook belangrijk dat je iedereen zijn standpunt nagaat en daaruit vertrekt. Daarom is het belangrijk dat je vertrekt vanuit de leefwereld van de leerlingen. Een te schoolse aanpak zou er voor zorgen dat de overdracht over het thema moeilijk zou verlopen. Je laat de leerlingen zo veel mogelijk aan bod komen. Je kan daarbij methodieken gebruiken die er op gericht zijn het ‘materiaal’ uit de groep zelf te laten komen. Je kan bijvoorbeeld vertrekken uit verhalen van de leerlingen die persoonlijk een holebi kennen.

 

  • Toch blijf je als leerkracht een belangrijke plaats innemen. Jij moet er op toezien dat leerlingen met een positieve attitude voldoende aan bod komen. Zodat leerlingen die twijfelen over hun geaardheid er een positief beeld van krijgen en niet meer zo bang zijn van het idee holebi te zijn. Soms kan het zijn dat er weinig van je leerlingen positief staan tegenover de thematiek. Probeer dan zelf tegenwicht te geven bij een al te sterk overheersende homofobe groep. Het kan zijn dat leerlingen beginnen vragen te stellen over je eigen ervaringen. Jij bepaalt dan zelf in welke mate je antwoord wil geven op de gestelde vragen. Bij de bespreking van seksualiteit en relatievorming zal je te maken krijgen met een hele waaier van waarden bij de leerlingen. Emoties kunnen de sfeer een speciaal karakter geven. Zorg dat alle leerlingen aan bod kunnen komen. Iedereen moet zijn opvattingen kunnen duidelijk maken en het is nodig respect te tonen voor de mening van iedereen. Wie zich afzijdig houdt, mag niet gedwongen worden een mening te formuleren.

 

  • Het is ook nodig dat je buiten de standpunten van hetero’s over de holebi-thematiek, ook het standpunt van de holebi’s aan bod laat komen. Daarbij komt nog eens het punt dat het materiaal dat je gebruikt ook herkenningspunten moet bieden voor mogelijke holibi’s bij de leerlingen. 

 

  • Als onderdeel van seksuele en relationele vorming moeten bij homo- en lesbische vorming ook enkele specifieke didactische regels in het achterhoofd gehouden worden. Zo moet je je bewust zijn van je eigen normen, principes en waarden aangaande de behandelde stof. Seksuele voorlichting is nooit waardevrij. Het is nodig je eigen opvattingen in kaart te brengen om zo meer zicht te krijgen op welke manier jouw vorming bewust of onbewust beïnvloed wordt door de eigen opvattingen. Sijpelt de maatschappelijke homofobie of een mogelijke onwennigheid tegenover het thema niet door in je behandeling ervan? Als je zelf holebi bent, bestaat ook het omgekeerde gevaar. Je kan teveel vertrekken van eigen evidenties, waardoor je contact met de groep dreigt te verliezen.

 

  • Praten over seksualiteit stelt vaak problemen aangaande het taalgebruik. Het praten over seks heeft niet altijd de normale spontaniteit. Er zijn meerdere mogelijkheden: het medisch jargon, de poëtische taal, de populaire aanduidingen, schuttingtaal. Gebruik een taal die aansluit bij de jongeren van de groep. Negeer eventuele schuttingtaal en scheldwoorden niet. Vaak is het de enige manier die de leerlingen kennen om over het onderwerp te praten. Bovendien is het een aanknopingspunt voor het thema homofobie. Praat zelf op een spontane, neutrale, natuurlijke, open, positieve wijze over het onderwerp. Vermijd therapeutisch en al te psychologisch taalgebruik. Wees alert dat je geen woorden gebruikt die uiting zijn van discriminatie. Leg woorden uit het holebi-jargon (coming-out, heteronormaliteit, janet) voldoende uit.

 

tips